De onderdelen van BPMN

In deze blog neem ik je mee aan de hand van de belangrijkste onderdelen van een procesmodel gemodelleerd in BPMN 2.0. Een notatie standaard voor procesmodellering. Om de verschillende onderdelen van BPMN 2.0 goed te kunnen begrijpen is het van belang dat je een beeld hebt van waar je BPMN voor gebruikt.

Het gebruik van BPMN-modellering is in de basis eenvoudig. Er kunnen echter al snel problemen naar boven komen in de logica van je model als je verdwaald raakt in de verschillende onderdelen die tot je beschikking staan. Het is daarom ook belangrijk om de juiste standaard te gebruiken voor het modelleren van bedrijfsprocessen. Zonder deze standaard mis je namelijk de logica in je model. En zonder deze kern wordt het lastig om de juiste verbeterpunten te vinden binnen de gemodelleerde processen.

Overzicht van de verschillende BPMN onderdelen

Task en sequence flow

Om te beginnen is er de task. Een task is een activiteit die niet verder in detail uitgewerkt kan worden in een proces. Een task wordt voornamelijk gebruikt om een handeling uit te drukken. De sequence flow geeft aan wat de volgorde van verschillende activiteiten en taken is. Zie onderstaand voorbeeld voor drie verschillende tasks met aangegeven procesvolgorde.

BPMN onderdelen

Start en end event

Een start event geeft het begin van een proces aan. Ieder proces kan slechts één start event bevatten. Een end event duidt de beëindiging van een proces aan. Er kunnen meerdere end events binnen een proces zijn om verschillende mogelijkheden voor beëindiging van een proces aan te geven.

BPMN start en end event

Pool en swimlane

Zowel een pool als een swimlane wordt gebruikt om een persoon of entiteit aan te duiden. Het onderscheid zit hem in het feit dat een pool meerdere swimlanes kan bevatten. In de onderstaande uitwerking is de webshop de pool en zijn orderbeheer en IT-ondersteuning de swimlanes, aangezien de webshop in dit voorbeeld bestaat uit twee afdelingen.

BPMN event

Data object, data store en association

Een data object kan gebruikt worden om benodigde invoer voor een activiteit aan te duiden. Daarnaast kan het ook gebruikt worden om een resultaat van een activiteit aan te duiden. Let op: het is ook mogelijk om data input en data output objecten apart te noteren. Hierbij is het belangrijk dat het data input object geen inkomende data associaties heeft, terwijl data output geen uitgaande data associaties mag hebben. Deze specifieke objecten kunnen dus niet de rol van het algemene data object overnemen.

De data store kan informatie opnemen of verstrekken binnen een proces. Het fungeert als indicatie voor een verzameling van opgeslagen informatie die ook na afronding van het proces beschikbaar is. Het verschilt hierbij dus van een data object, aangezien deze na beëindiging van het proces niet meer geïnformeerd kunnen worden.

De association relatie wordt gebruikt om zowel het data object als de data store te verbinden met elkaar, tasks of events.

data objecten

Vervolg pool en message flow

Het is gebruikelijk om met een lege pool aan te duiden dat er een externe persoon of entiteit bij het proces betrokken is. De externe pool is dan ook leeg omdat er geen tasks in staan. Hier is het gebruik van een swimlane dus niet logisch, aangezien swimlanes doorgaans wel tasks bevatten. Het gebruik van een externe persoon of entiteit is voornamelijk gericht op de message flow. Hiermee kan je communicatie tussen verschillende pools aangeven. Elke pool kan een bericht sturen en ontvangen. Let op: het is dus niet mogelijk om een sequence flow buiten een toegewezen pool te laten treden.

data objecten

Gateway

Een gateway wordt gebruikt om een splitsing aan te duiden van een proces. De gateway wordt doorgaans gebruikt om een vraag te beantwoorden. Door mogelijke uitkomsten te modelleren, in het geval van onderstaande uitwerking ja of nee, heeft de gateway twee vervolgpaden binnen het proces.

BPMN event gate

Intermediate event

Een intermediate event geeft een gebeurtenis tijdens een proces aan. Dit type event ligt altijd tussen een start en end event in een proces. Het intermediate event kan een signaal ontvangen of versturen. Daarnaast kunnen er meerdere intermediate events binnen een proces zijn.

BPMN intermediate event

Call activity en global task

De call activity is een type sub-process. Dit wil zeggen dat het een geheel ander proces kan omvatten. De call activity kan een algemeen bepaald proces oproepen. Daarnaast kan het een global task oproepen. De call activity is een nuttig sub-process om bestaande algemene processen makkelijk te verwerken in een nieuw procesmodel.

Naast de standaard task is er ook nog de global task. Deze wordt gebruikt om een algemene activiteit te beschrijven die niet in het procesmodel beschreven staat. Global tasks kunnen alleen binnen een call activity geplaatst worden. Zo wordt in onderstaande uitwerking de global task, het noteren van klantinformatie, opgeroepen door de call activity.

BPMN events

Boundary event

Een boundary event is een type intermediate event dat altijd verbonden is aan een activiteit. Het kan geactiveerd worden tijdens de uitvoering van de bijbehorende activiteit. Een boundary event kan alleen een signaal ontvangen en kan de bijbehorende activiteit onderbreken of niet onderbreken. Als het grenzende evenement dan onderbrekend is zal de bijbehorende activiteit direct stoppen. Als het niet onderbrekend is zal het proces van de bijbehorende activiteit parallel lopen aan de activiteiten volgend aan het grenzende evenement.

Boundary BPMN event

Sub-proces

Sub-process is een proces binnen een proces. Het is aan de ene kant een activiteit in een proces terwijl het aan de andere kant een geheel ander proces omvat. Zo kan de activiteit bestelling inpakken bestaan uit het ophalen van het product, het inpakken van het product en het bijvoegen van de informatie voor bezorging. Let op: een sub-process uitwerking moet je ook zelf modelleren. Dit onderliggende proces is niet te zien in het algemene proces, maar is te vinden door op de + te drukken in de activiteit.

BPMN subproces
subprocessen

Transaction

Naast de bovengenoemde standaard sub-process is er ook een type sub-process genaamd transaction. Deze activiteit is gebaseerd op een aangemaakt transactieproces. Een transaction heeft betrekking tot meerdere partijen, waarbij het collectief een transactieproces laat slagen of mislukken. De transaction geeft de mogelijkheid om voor alle uitzonderingen een pad te modelleren met vervolgstappen. Zo is het in onderstaand voorbeeld mogelijk dat de betaling mislukt of slaagt, wat tot verschillende uitkomsten leidt. Of de betaling slaagt ligt zowel aan de klant als aan orderbeheer.

BPMN transaction

Onderdelen van BPMN toepassen

Met deze uitleg zal je hopelijk beter begrijpen hoe je om kunt gaan met de verschillende onderdelen van BPMN 2.0. Het zal bij jouw procesmodel in ieder geval een positieve impact hebben op de logica. Maar er is natuurlijk altijd meer te leren. Zo zijn er verschillende types voor dezelfde onderdelen. Een keuzepoort kan bijvoorbeeld exclusief of parallel zijn. Daarnaast is het belangrijk om te weten hoe je anderen goed mee kunt nemen in de uitwerking van jouw procesmodel.

Wil je inefficiënties opsporen, inzicht krijgen in processen en deze innoveren? Neem dan vandaag nog contact met ons op en onze experts helpen je verder.

Meer weten over BPMN?

Wil je meer weten over BPMN, de onderdelen van BPMN of heb je een andere vraag? Neem dan contact op met XTRM development door het formulier onderaan de pagina in te vullen en wij helpen je graag verder. Door je in te schrijven op onze nieuwsbrief ben jij als eerste op de hoogte van alle nieuws en ontwikkelingen rondom Microsoft 365. Of volgen ons op LinkedIn!

Anderen bekeken ook:
AI implementatie: hoe ziet een werkend AI-traject eruit?

AI implementatie: hoe ziet een werkend AI-traject eruit?

De fasen van een AI implementatietraject zijn voor veel organisaties nog onbekend terrein. Het enthousiasme over AI is er en de ideeën ook, maar zodra het gesprek gaat over concrete stappen, tijdlijnen en verantwoordelijkheden wordt het stil. Want hoe ziet zo’n...

read more
Microsoft Copilot Studio agents: wat kun je ermee?

Microsoft Copilot Studio agents: wat kun je ermee?

Met Microsoft Copilot Studio kunnen organisaties zelf AI-agents bouwen. Deze agents kunnen vragen van medewerkers beantwoorden, kennis uit bijvoorbeeld SharePoint gebruiken en acties uitvoeren in bedrijfsprocessen. Daarmee gaan de agents uit Copilot Studio verder dan...

read more

Wil je niets meer missen over BPMN? Laat je e-mailadres achter en ontvang de belangrijkste updates!

Hulp nodig van XTRM?

Laat je gegevens achter!

NEEM CONTACT OP